De Optimist ging naar een single strandfeest en kreeg knallende ruzie.
Boven de ingang was een boog met rode en witte letters: ‘Welkom lieve single helden.’ De donkere wolk hing ondertussen recht boven het strandfeest, maar het was nog droog.
De Optimist was op een single strandfeest en zou binnen een half uur ruzie krijgen. Dat was helemaal niet het plan. In de trein naar het single strandfeest had de Optimist nog de ogen gesloten, diep adem gehaald en tegen zichzelf gezegd: je gaat godverdegodverdomme gewoon leuk doen. Hij wilde echt gewoon leuk doen, gewoon gezellig zoals de mensen daar allemaal zouden doen. Het was inmiddels ook al juli. In de verte doemde de grauwe herfst en ook de intens gezellige kerst al op. Er moest iets gebeuren. Geen tijd te verspillen.
Vanuit de rijdende trein – reed de trein nu sneller dan anders, was er haast? – zag hij in de verte donkere wolken boven de duinen. Op de weerapp zag hij dat het kort en fel zou regenen.
Even later stond de Optimist bij de entree van het strandfeest. Boven de ingang was een boog met rode en witte letters: ‘Welkom lieve single helden.’ Voor hem stonden wat mensen, achter hem ook. De donkere wolk hing ondertussen recht boven het strandfeest, maar het was nog droog. De mensen voor hem zagen er blij uit. Ze hadden glitters op hun gezicht. En de mensen achter hem zagen er ook blij uit. Ze kwamen uit de provincie, dat zag de Optimist meteen, maar daar ging hij zeker niets van vinden. Er was helemaal niets mis met mensen uit de provincie. Het zou namelijk gewoon een gezellige middag worden. En wie weet kwam er liefde. Er zat niets anders op, hij moest naar dit soort feesten, want de liefde moest komen en het was zo kerst. Misschien zou er liefde komen met iemand uit de provincie, je moest dat niet op voorhand uitsluiten.
De Optimist keek nog eens naar de vrouwen. Godsakke, het waren allemaal van die vlotte vrouwen, althans dat vonden ze zelf. Terwijl het wachten langer duurde dan hij wilde – er was iets met het ticketscanapparaat en iemand riep ‘Personeel, personeel’ – vond hij de mensen die hij zag heel erg gewoon.
Hij typte Fransje:
‘Wat een gewone mensen allemaal, mijn god, het is een tsunami van gewone mensen.’
‘Foto’s graag,’ reageerde Fransje.
‘Nee! Ik mag toch niet oordelen?’ tikte De Optimist terug.
‘True.’
‘Hoop dat de bui zo hard is dat al het gewone er in één minuut afgespoeld is.’
‘Mooi. Poëtisch.’
‘Hou je muil.’
‘Ik ook van jou.’
Na een paar minuten stond de Optimist aan de bar. Het was al goed druk. Mensen schuifelden langs elkaar. Niet alleen de mensen in de rij zagen er gewoon uit, maar iedereen zag er gewoon uit. Zomers, maar gewoon.
Het begon te regenen. De regen werd met gejoel ontvangen. Er was een springkussen en een DJ. De muziek stond al goed hard. De Optimist zag het springkussen en zag de mensen erop springen. Dat moest toch een keer misgaan. Iemand zou toch wel een keer verkeerd neerkomen en met het voorhoofd tegen de DJ-tafel knallen? Dingen gebeuren, je moet altijd openstaan voor het onverwachte.
De Optimist keek met een biertje om zich heen. Hij bleef staan waar hij stond, aan de zijkant. Er kwam een gozer naast hem staan, jaartje of veertig.
‘Hoi, hoi,’ zei de man. Hij had een christelijk hoofd. Hij was te blij. Veel te blij.
‘Doe je mee met Twister?’
De Optimist had deze vraag niet aan zien komen en deed alsof hij het niet verstond.
‘Wat?’ Tijd winnen. Het was nu zaak om tijd te winnen.
‘Twister, we doen Twister. Vandaag is een dag om te genieten.’

